AI en de ondernemingsraad: 10 vragen die je in 2026 moet stellen
AI verandert de werkvloer. Welke rol heeft de ondernemingsraad? Ontdek 10 vragen over de AI Act, privacy, instemmingsrecht en de gevolgen voor medewerkers.
AI is in veel organisaties niet langer een experiment. Medewerkers gebruiken ChatGPT, Copilot en andere AI-tools, HR-systemen krijgen slimme functies en steeds meer software gebruikt algoritmes om gegevens te analyseren of beslissingen te ondersteunen.
Dat maakt AI ook een onderwerp voor de ondernemingsraad.
De impact gaat namelijk verder dan alleen de keuze voor nieuwe software. AI kan invloed hebben op functies, werkdruk, privacy, beoordeling van medewerkers, werving en selectie en de manier waarop werk wordt georganiseerd.
Sinds 2 augustus 2026 is bovendien een groot deel van de Europese AI Act van toepassing. Voor ondernemingsraden is dit daarom een goed moment om AI structureel op de agenda te zetten.
Maar waar begin je?
Deze 10 vragen helpen de OR om het gesprek met de bestuurder concreet te maken.
1. Welke AI gebruikt onze organisatie eigenlijk?
Begin niet meteen met wetgeving, maar met inventariseren.
AI zit tegenwoordig vaak verstopt in software die al wordt gebruikt. Denk aan Microsoft 365, HR-systemen, recruitmentsoftware, klantenservicesoftware, planningstools en analyseplatformen.
Vraag daarom niet alleen:
"Welke AI-systemen hebben we aangeschaft?"
Maar ook:
- Welke bestaande systemen bevatten AI-functionaliteit?
- Welke AI-tools gebruiken medewerkers zelf?
- Welke systemen verwerken gegevens van medewerkers?
- Welke systemen geven aanbevelingen of nemen geautomatiseerde beslissingen?
- Welke nieuwe toepassingen staan gepland?
Zonder overzicht is het voor de OR vrijwel onmogelijk om de gevolgen goed te beoordelen.
2. Waarom willen we AI inzetten?
"Efficienter werken" is geen volledige businesscase.
Vraag welk concreet probleem de organisatie probeert op te lossen.
Gaat het om tijd besparen? Kosten verlagen? Personeelstekorten opvangen? Kwaliteit verbeteren? Besluitvorming ondersteunen?
En minstens zo belangrijk: hoe wordt bepaald of de invoering ook daadwerkelijk succesvol is?
Een duidelijk doel maakt het veel eenvoudiger om later te beoordelen of de voordelen opwegen tegen de gevolgen voor medewerkers.
3. Wat verandert er voor medewerkers?
Dit is misschien wel de belangrijkste vraag voor de ondernemingsraad.
De SER wijst erop dat AI onder andere gevolgen kan hebben voor functies, arbeidsinhoud, autonomie, competenties, arbeidsomstandigheden en personeelsbeleid.
Vraag daarom bijvoorbeeld:
- Verdwijnen bepaalde werkzaamheden?
- Komen er nieuwe taken bij?
- Verandert de verantwoordelijkheid van medewerkers?
- Wordt werk meer of juist minder zelfstandig?
- Welke nieuwe vaardigheden zijn nodig?
- Is scholing beschikbaar?
- Heeft de invoering gevolgen voor de personeelsbezetting?
Kijk daarbij niet alleen naar de situatie direct na invoering. Sommige gevolgen worden pas maanden later zichtbaar.
4. Heeft de OR adviesrecht of instemmingsrecht?
Niet iedere AI-toepassing valt automatisch onder dezelfde WOR-procedure.
De ondernemingsraad heeft adviesrecht bij belangrijke financiele, economische en organisatorische besluiten. Bij AI kan dat bijvoorbeeld relevant zijn als technologie onderdeel is van een belangrijke reorganisatie of verandering van werkprocessen.
Instemmingsrecht kan aan de orde zijn wanneer AI onderdeel wordt van een personele regeling, bijvoorbeeld rond personeelsbeoordeling, arbeidsomstandigheden, verwerking van personeelsgegevens of het volgen en controleren van medewerkers.
Een AI-project kan bovendien meerdere onderdelen bevatten. Daardoor kunnen adviesrecht en instemmingsrecht naast elkaar een rol spelen.
Wacht daarom niet tot het systeem al is aangeschaft. Betrek de medezeggenschap tijdens de voorbereiding.
5. Worden medewerkers gevolgd of beoordeeld door AI?
Hier verdient de OR extra aandacht voor.
Denk bijvoorbeeld aan software die:
- productiviteit meet;
- gesprekken analyseert;
- prestaties vergelijkt;
- aanwezigheid registreert;
- sollicitanten selecteert;
- medewerkers rangschikt;
- gedrag analyseert.
Voor regelingen waarbij persoonsgegevens van medewerkers worden verwerkt of waarbij medewerkers kunnen worden gevolgd of gecontroleerd, kan het instemmingsrecht van de OR van toepassing zijn.
Daarnaast gelden de AVG en, afhankelijk van het systeem, regels uit de AI Act.
De technische vraag "kan het systeem dit?" is daarom net zo belangrijk als "willen we het systeem hiervoor gebruiken?"
6. Welke gegevens worden gebruikt?
AI-systemen zijn afhankelijk van data.
De OR kan vragen:
- Welke gegevens worden verzameld?
- Bevatten die persoonsgegevens?
- Waar worden de gegevens opgeslagen?
- Hoe lang worden ze bewaard?
- Wie heeft toegang?
- Worden gegevens gebruikt om AI-modellen te trainen?
- Gaan gegevens naar externe leveranciers?
- Kan een medewerker zijn gegevens inzien of laten corrigeren?
Let ook op gegevens die indirect iets over medewerkers kunnen zeggen. Een systeem hoeft niet expliciet een "medewerkersscore" te tonen om toch conclusies over prestaties of gedrag mogelijk te maken.
7. Wie controleert de AI?
Een AI-systeem kan een advies geven, maar iemand moet verantwoordelijk blijven voor wat ermee gebeurt.
Vraag daarom hoe menselijk toezicht is geregeld.
Kan een medewerker een AI-uitkomst ter discussie stellen? Kan een leidinggevende afwijken van een aanbeveling? Worden fouten geregistreerd? Wie onderzoekt klachten?
Vooral wanneer AI invloed heeft op mensen, moet duidelijk zijn wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor de beslissing.
"Dat heeft het systeem bepaald" mag geen eindpunt van een gesprek worden.
8. Kunnen we uitleggen hoe beslissingen tot stand komen?
Voor medewerkers moet duidelijk zijn wanneer AI invloed heeft op een proces dat hen raakt.
Dat is zeker belangrijk bij bijvoorbeeld recruitment, beoordeling, planning of taakverdeling.
Vraag of de organisatie kan uitleggen:
- welke rol AI speelt;
- welke informatie het systeem gebruikt;
- hoe zwaar een AI-uitkomst meeweegt;
- wie uiteindelijk beslist;
- hoe een medewerker bezwaar kan maken tegen een uitkomst.
Vanaf 2 augustus 2026 gelden onder de AI Act bovendien nieuwe transparantieverplichtingen voor bepaalde AI-systemen.
9. Zijn medewerkers voldoende voorbereid op het gebruik van AI?
De AI Act bevat sinds februari 2025 verplichtingen rond AI-geletterdheid.
Dat betekent niet dat iedere medewerker AI-expert moet worden. Wel moet een organisatie rekening houden met de kennis en ervaring van mensen die met AI-systemen werken en zorgen dat zij voldoende begrijpen wat ze ermee kunnen en welke risico's eraan verbonden zijn.
Voor de OR zijn daarom interessante vragen:
- Welke training krijgen medewerkers?
- Weten medewerkers welke informatie ze wel en niet in AI-tools mogen invoeren?
- Kunnen zij fouten of onveilige situaties melden?
- Zijn leidinggevenden getraind in het beoordelen van AI-uitkomsten?
- Bestaat er intern AI-beleid?
AI-geletterdheid gaat niet alleen over goed leren prompten. Het gaat ook over kritisch blijven nadenken.
10. Hoe blijven we AI na de invoering controleren?
Instemmen met een systeem betekent niet dat het dossier gesloten kan worden.
AI-software verandert regelmatig. Modellen worden bijgewerkt, nieuwe functies verschijnen en leveranciers kunnen de werking van hun product aanpassen.
Spreek daarom vooraf evaluatiemomenten af.
Bijvoorbeeld na drie, zes en twaalf maanden.
Kijk dan opnieuw naar:
- resultaten;
- foutmeldingen;
- klachten;
- gevolgen voor werkdruk;
- gevolgen voor functies;
- privacy;
- gebruik door medewerkers;
- onverwachte effecten.
Maak ook afspraken over wanneer een belangrijke wijziging opnieuw aan de OR wordt voorgelegd.
Zet AI structureel op de agenda
De belangrijkste stap is misschien wel om AI niet als een eenmalig IT-project te behandelen.
De SER adviseert ondernemingsraden om aankomend AI-beleid vroegtijdig te bespreken, bijvoorbeeld tijdens het overleg op basis van artikel 24 WOR.
Dat geeft de OR de mogelijkheid om mee te denken voordat de belangrijkste keuzes al zijn gemaakt.
Je kunt bijvoorbeeld ieder kwartaal bespreken:
- Welke nieuwe AI-toepassingen worden onderzocht?
- Welke pilots lopen er?
- Welke toepassingen zijn in gebruik genomen?
- Welke gevolgen zien medewerkers?
- Welke besluiten komen eraan waarbij medezeggenschap een rol speelt?
Zo verschuift de OR van reageren op individuele systemen naar structurele medezeggenschap over digitalisering.
Een praktische AI-checklist voor de OR
Krijgt jouw OR binnenkort een AI-voorstel voorgelegd? Begin dan met deze vragen:
- Wat doet het systeem?
- Waarom hebben we het nodig?
- Welke medewerkers worden geraakt?
- Welke werkzaamheden veranderen?
- Welke gegevens worden verwerkt?
- Worden medewerkers gevolgd, geselecteerd of beoordeeld?
- Wie controleert de uitkomsten?
- Hoe kunnen medewerkers bezwaar maken?
- Welke training krijgen medewerkers?
- Hoe evalueren we het systeem na invoering?
Je hoeft als ondernemingsraad niet te weten hoe een AI-model technisch wordt gebouwd.
Je moet wel kunnen beoordelen wat de technologie betekent voor de mensen die ermee moeten werken.
AI gebruiken binnen de ondernemingsraad zelf
AI kan overigens ook het werk van de OR zelf ondersteunen. Denk aan het samenvatten van omvangrijke dossiers, voorbereiden van vragen, analyseren van feedback uit de achterban of opstellen van een eerste concept voor notulen.
Daarbij blijven dezelfde uitgangspunten belangrijk: vertrouwelijkheid, controle over gegevens en menselijke beoordeling van de uitkomst.
Ordamo is ontwikkeld rond die manier van werken. Vergaderingen, documenten, onderwerpen, advies- en instemmingsverzoeken en feedback uit de achterban worden op een centrale plek beheerd, met AI-functies die specifiek zijn ingebouwd voor medezeggenschapsprocessen.
AI doet daarbij het voorwerk. De ondernemingsraad blijft aan het roer.
Bronnen
Voor dit artikel is onder andere gebruikgemaakt van informatie van de Sociaal-Economische Raad (SER), Rijksoverheid en de Europese Commissie over medezeggenschap, de Wet op de ondernemingsraden en de Europese AI Act.
Dit artikel geeft algemene informatie en is geen juridisch advies.
Veelgestelde vragen
Heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht bij AI?
Dat hangt af van de toepassing. Wordt AI onderdeel van een personele regeling, bijvoorbeeld rond beoordeling, arbeidsomstandigheden of het verwerken van personeelsgegevens, dan kan instemmingsrecht gelden. Bij belangrijke organisatorische of economische besluiten kan adviesrecht aan de orde zijn.
Per wanneer geldt de Europese AI Act?
Een groot deel van de AI Act is sinds 2 augustus 2026 van toepassing. Verplichtingen rond AI-geletterdheid gelden al sinds februari 2025. Voor ondernemingsraden is dit een goed moment om AI structureel op de agenda te zetten.
Welke vragen moet de OR stellen over AI?
Begin met een inventarisatie: welke AI gebruikt de organisatie, waarom, wat verandert er voor medewerkers, welke gegevens worden verwerkt en wie controleert de uitkomsten. Zet deze punten regelmatig terug op de overlegagenda.
Hoe houd je als OR zicht op AI na de invoering?
Spreek vooraf evaluatiemomenten af, bijvoorbeeld na drie, zes en twaalf maanden. Bekijk dan resultaten, klachten, gevolgen voor werkdruk en functies, privacy en onverwachte effecten. Maak ook afspraken over wanneer een wijziging opnieuw aan de OR wordt voorgelegd.